| |
 |
 Thuis
|
12 September 2007 | 22:20:28
 |
Weer terug op mijn plek. Als dit tenminste mijn plek is.
De tuin ligt ligt er zo onverzorgd bij als altijd, de gehavende muren nog net zo wit, mijn laptop is weer tot leven gewekt – jaha, voor 438 pleuries kan dat tegenwoordig - en de bank der banken lijkt fijner te zitten dan een maand terug.
Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Oost west, thuis best. Eigen haard is goud waard. Mensen raken maar niet uitgerijmd over dezelfde boodschap: een thuis is belangrijk.
Ze zeggen dat thuis is, waar je hart ligt. In dit huis liggen mijn spullen, ik kan me hier terug trekken en voel me veilig en geborgen.
Toch ligt een stukje van mijn hart daar. Daar waar ik op een matrasje op de grond lag en ik mijn schoenen uit moest trekken voor ik een huis binnen mocht gaan.
Er is iets veranderd en ik wil me er hard tegen verzetten. Ik wil mijn makkelijke leven hier leven. Werken, naar school gaan, lullen met vrienden en als een gek door mijn huiskamer springen en dansen.
Toch is er iets. Iets in mij dat hier niet wil zijn.
Bram, de gouden man die zijn leven in Kosovo heeft neergelegd, zei op een avond: “Wat moet het verschrikkelijk zijn, om op je 65e terug te kijken op je leven en te concluderen dat je helemaal niets gedaan hebt.”
Het lijkt mij persoonlijk een complete ramp.
Dat is er veranderd. |
|
|
 |
 |
 In het ziekenhuis
|
21 Augustus 2007 | 00:32:55
 |
Daar ligt ze dan. Alleen.
Geen eten. Geen water. Geen kopje thee.
Haar bed voelt hard aan. Het matras is slechts dun en planken voel je er makkelijk doorheen. Ze drukken op haar ribben. Met al haar kracht probeert ze zich om te draaien.
Een hoop gekraak.
Vieze plekken op de muren. Zwart. Bruin. Een hoop schimmel. Het behang is niet meer wat het geweest is. Je vraagt je af, of dat het ooit was.
Haar pijn lijkt ondragelijk: een haast onhoorbare kreun. Ze krimpt ineen. Vuisten klemmen zich om de dunne dekens. Haar knieën gaan richting haar borst. Hoger en hoger. Misschien toch haar eigen houding van geborgenheid.
Op pijnstillers wacht ze niet. Wie zou ze aan haar moeten geven? Geld om ze te betalen heeft ze niet.
Een stroompje kou gaat vluchtig langs haar heen. Het raam tocht.
Een vlieg land zachtjes op haar neus.
Het ziekenhuis als een supermarkt. Wanneer jij netjes betaalt, krijg je hulp. Wanneer jij de dokter centjes geeft, mag je hopen dat hij zijn uiterste best voor je doet.
Verzekeringen zijn er niet en zusters geven je niet voor een appel en een ei medicijnen, hoe lief ze er ook mogen uitzien.
Een goed ontbijt op bed voor de zieke? Je mag hopen dat je familie rijk genoeg is om 1,50 neer te kunnen leggen voor een taxi naar het ziekenhuis. Zij zijn degenen die jou van eten voorzien. Zij zijn degenen die jou van water voorzien. En anders? Anders is het heel sneu voor je.
Daar ligt ze dan.
Alleen.
Geen eten. Geen water. Niemand die voor haar zorgt.
Nou mensen, ik ga lekker barbecuen. Bon appetit. |
|
|
 |
 Aanrakingen en schouders
|
10 Augustus 2007 | 00:44:13
 |
Grote gapende ogen. Wat gebrabbel in het Albanees. Wat ze zeggen moet grappig zijn, maar die uitwerking heeft het Albanees sowieso snel bij mij. Rustig staren ze weer verder. Ik frunnik wat aan mijn haar (staat er een pluk recht overeind?) en check uiterst onopvallend of ik mijn gulp wel echt had dichtgedaan vanmorgen.
Vrij ongemakkelijk kijk ik ze vragend aan. “We all think you are so beautiful.” Nog meer ongemak. Complimenten zijn uiterst ingewikkeld. Moet ik vriendelijk bedanken waardoor het kan overkomen alsof ik het compleet met ze eens ben? Of ga ik drie uur lang het vrij vermoeiende welles-nietes-spelletje spelen, terwijl ik mezelf heus niet lelijk vind. Wat een dilemma’s.
Iedere dag herhaalt hetzelfde ritueel zich, terwijl de mooiste vrouwen voor je zitten. Het is dat ik zelf geleerd heb niet met open mond naar mensen te staren, anders had ik er hier vrij dom bijgezeten.
Hun aanrakingen ben ik onderhand gewend. Wanneer ze naast je komen zitten, wat ze dus in feite altijd doen, voel ik standaard een warme Albanese arm om me heen. Ze gaan dan ook niet op zo een manier naast je zitten dat jij je heupen nog net kan draaien, ik zou het eerder omschrijven als net niet op je schoot. Vingers grijpen je handen vast. Een kus op je wang. Twinkelende ogen. Een kneep in je hand. Leuke onderonsjes.
Het zit er al vanaf kleins af aan in. Kinderen hangen de hele dag aan je lichaam. Ga je op een bedje in de zon liggen? Lief kruipen ze met hun kleine lijfjes tegen je aan, nadat ze je hele lichaam voor de derde keer hebben ingesmeerd met zonnebrandolie. Ik kan je oprecht zeggen: dat is fijn.
Ik ben van mezelf niet de meest aanrakerige persoon. Ongemak komt snel om de hoek kijken, wanneer iemand aan me loopt te frunniken. Vervolgens schud ik onbewust een paar keer met mijn schouders en snel voel ik me weer los en bevrijd. Hier geniet ik echt oprecht van hun liefde en ik geef ze met alle liefde nog veel meer liefde terug. Ja. Het gaat zelfs zo ver dat ik hun handen zelf opzoek en niet meer ongemerkt een paar centimeter verschuif als iemand op de bank tegen me aan komt hangen, terwijl er naast me tien meter vrije ruimte is.
Schrik wanneer ik thuis kom niet van een lang wit gevaarte die op je schouder afkomt. That will be my arm. Dit wordt afkicken.
|
|
|
 |
 Ik leef, want ik voel
|
07 Augustus 2007 | 21:49:30
 |
Vannacht bedacht ik dat ik echt wat vrolijkers moet gaan schrijven. Ik wil jullie niet allemaal dik depressief achter de computer hebben.
Vooral geen blog van Judith lezen als je je vrolijk voelt, want ze slaat je lach meteen van je gezicht af.
Weet je waar ik hier blij van wordt? Kosovaarse ogen. Als ze twinkelen en schitteren. Lachen, gieren en brullen. Leven uitstralen. Doe normaal man, denk ik dan. Wat heb je om over te kunnen lachen? Want zo oppervlakkig en westers denk ik vaak. Dit wilde ik dan ook helemaal niet opschrijven. Ik wilde met hele diepe en wijze woorden komen die concluderen dat ik een stuk meer ontwikkeld ben dan dat. Helaas.
Veel mensen hier kennen met al hun shit toch geluk. En ik? Hoe vaak zit ik thuis op de bank en voel ik me gewoon echt ongelukkig. Ligt soms ook aan mijn te vrouwelijke hormonen, maar dat even terzijde. Gewoon ongelukkig. Met al mijn geld en al mijn kleding.
Al denk ik soms anders, ik kan alles kopen. En het is nooit genoeg. Altijd is er wel iets groters, iets beters, iets mooiers. Iets waar je vijf minuten langer blij mee bent.
Ik wist best dat geld niet gelukkig maakt, ik lees ook boeken, maar het komt nu tot leven. Geld maakt je geluk niet. En breekt het evenmin.
Ik voel hier. Alles van thuis valt weg. Zorgen, relaties, geld, materieel gelul. Het is hier niet van belang. Ik ben hier ik. Er is geen sleur, geen nutteloosheid. Ik voel. Blijdschap, verdriet, verontwaardiging. Ik voel mezelf. Gek. Debiel. Lachend. Huilend.
Daar ben ik weer.
Al ben ik hier vaak moe en zit mijn energie soms mijlenver dobberend in een bootje op zee, ik maak hier verschil.
Ik leef, want ik voel. Best vrolijk. Toch?
Ook Stefan logt vanuit Kosovo
|
|
|
 |
 How I wish, I could walk through the doors of my mind
Goed doel
|
06 Augustus 2007 | 00:08:33
 |
Vandaag zijn we langsgegaan bij extreem arme mensen. Gewapend met zakken meel, olie en waspoeder. Hobbel de bobbel reden we de bergen in. Bij elk huis vroeg ik me af of we hier niet al moesten stoppen? Maar het kon toch nog erger.
Drie jongetjes staan onwennig voor hun 'huis'. Vies en zwart. Lopend op blote voetjes. Niet op asfalt, maar op grond en stenen. Hun kleding ziet eruit alsof ze rechtstreeks uit de zak van Max komen. Misschien iets minder schoon.
Het woord huis zet ik niet tussen haakjes om het teniet te doen, maar omdat mijn begrip voor huis iets heel anders inhoudt.
Super gastvrij werden we ontvangen. “Kom binnen. Kom binnen,” is waar het op neer kwam. Onze schoenen mochten we aanhouden, wat hier echt niet normaal is. Even een Kosovaars lesje: Hier haal je het niet in je hoofd om met schoenen aan een huis te betreden. Al heb je de ergste zweetvoeten. Je schoenen uittrekken is een heel gedoe. Veters los. Op je hakken trappen. Andere voet. Dat we die moeite niet hoefden te nemen, zei me eigenlijk wel genoeg.
Het werd nog beter. We hoefden niet plaats te nemen in de kamer waar maden blij over de grond krioelen. Lucky me. Onze ontvangstkamer was relatief schoon. Vliegen landen niet elke minuut, maar slechts om de vijf minuten op je neus. De geur went. Zelfs de schimmel ga je over het hoofd zien.
Ik zie met mijn eigen ogen dat ze hier wonen, maar niet dat ze hier leven. Ik zie het, maar ik zie het niet. Hier ben ik blind voor. Dit als je thuis. Je plek waar jij je veilig en geborgen moet voelen. Jouw schuilplaats. Jouw eigen plek op je wereld. Voelt dit voor hun als een thuis? Zoals een thuis hoort te voelen? Komen ze binnen en ervaren ze het?
Soms zijn je woorden weg. Je wilt wel voelen. Je wilt wel denken. Je wilt wel zeggen. Maar wat?
Wat moet je voelen. Wat moet je denken. Waar zijn de juiste woorden. Welke zinnen kun je maken.
Niets lijkt genoeg. Niets evenaart. Het is even leeg.
|
|
|
 |
 A gift
Goed doel
|
05 Augustus 2007 | 21:38:40
 |
Kosovo.
Of Kosova. Dat de meesten het doel van deze reis niet helemaal begrepen was me wel
duidelijk. Tot drie keer toe heeft iedereen me een hele erge fijne
vakantie gewenst. Na twee keer uitleggen dat dat niet helemaal the main
purpose was, besloot ik de derde keer vriendelijk en met een glimlach te
bedanken. "Ja hoor, dat moet lukken."
In
1999 vond in Kosovo een etnische zuivering plaats. Vijf à tien procent
van de toenmalige inwoners was Servisch, wat overblijft hoofdzakelijk
Albanees. Toch werden de hoogste functies bekleed door Serven, met
Milosevic als bekende naam. De Albanezen moesten weg en niet door ze
vriendelijk te verzoeken om op te rotten naar hun "eigen land".
Al staat er Harry Mullisch op je paspoort, wat
hier is gebeurd is met geen pen of toetsenbord te beschrijven. Dat
klinkt heel dramatisch en dat is het ook. Martelingen. Moorden.
Verkrachtingen. Dorpen werden in de fik gestoken en huizen
leeggeplunderd. Vaders ruw uit huis gehaald en voor de ogen van
hun kinderen neergeschoten. Moeders vernederd. Geestelijke mishandeling van een heel volk. Wij leefden op ons gemakje verder.
Op
dit moment is het hier rustig. Rustig voor Kosovaarse begrippen. Maar
wonden zijn niet geheeld en vaders komen niet meer terug.
Geld stroomt hier niet. En je krijgt echt geen kans om dat over het hoofd te zien.
Woensdagmiddag
kreeg iedere
wees vijf euro om iets moois voor zichzelf te kunnen kopen in de stad.
Vijf euro voor hen, is niet hetzelfde als vijf euro voor ons. Hoe
weinig vertrouwen je ook mag hebben in mijn woorden, trust me on this
one.
Wat ze kochten? Cadeautjes voor elkaar en cadeautjes voor ons. Dat laat je wel even drie keer slikken.
|
|
|
 |
 Gjakova, Kosova
Goed doel
|
04 Augustus 2007 | 13:32:08
 |
Op
een onvriendelijke tijd, 08.00 des morgens, spraken we maandag 30 juli
af op Schiphol. Heel vreemd, maar ik was de eerste die aanwezig was.
Naast
Stefan had ik geen idee op wie ik wachtte. Hoeveel mannen?
Hoeveel vrouwen? Groot, klein, druk, rustig? Houden ze van een wijntje?
Zijn ze erg serieus?
Hoogstwaarschijnlijk zijn ze aardig en bezitten ze een goed hart. Wie anders gaan er naar Kosovo voor de weduwen en wezen?
Een
paar blije gezichten komen met uitgestoken hand mijn richting op. Kon
haast niet missen. Snel de handjes schudden, hebben we dat weer gehad.
Via Hongarije vlogen we naar Skopje. Zelfs ik, met al mijn kennis,
kende het niet, dus feel free to google. Van daaruit zijn we verder
gegaan richting Kosovo. Vier uur lang zwetend met zijn elven in een
busje zonder ramen, maar met leuke gordijntjes.
Met
vijf vrouwen slapen we in een kamer. Ik ben een verwend persoon die
haar eigen ruimte keihard nodig heeft en claimt. Toch heb ik vijf dagen
later nog niemand afgemaakt. Hoogstens mijn eigen lichaam door de harde
matrasjes op de grond. Bedenkend dat de meeste mensen hier hun hele
leven zo slapen, moet ik leren niet zo te zeiken. Een stevig lesje
nederigheid.
Mijn
excuses voor mijn verlate verslag vanuit Gjarkova, Kosova. Om die reden
is dit een erg samenvattende log, oftewel vrij saai. Eerlijk als ik
ben, geef ik dat gewoon toe.
Het
weer is hier warm, net als de mensen. Naar beide had ik een groot
verlangen. No offence, maar de algemene Hollander is een vrij koele
kikker buiten zijn slaapkamer. Oprechte interesse zonder enig
eigenbelang komt steeds minder vaak in ons boekje voor. Thuis valt me
dat op, hier des te meer. Mijn eerste nacht dat mijn lichaam me in de
steek liet is achter de rug. Mijn Kosovaarse vrienden vragen drie dagen
later nog steeds met een bezorgd gezicht hoe het nou met me gaat.
Ik kan jullie allen meedelen: Het gaat uitstekend.
|
|
|
 |
 Op naar Kosovo
|
30 Juli 2007 | 01:52:30
 |
En toen waren er even geen nieuwe woorden...mijn laptop is op 7
juli 2007 in stilte overleden. Dat stille onderdeel is jammer: de
doodsoorzaak kon ik zelf niet vast stellen. Ik heb tienduizend keer op
de powerknop gedrukt, gesmeekt en gehuild. Maar nee, hij bleef gewoon
lekker dood te wezen
"Live vanuit Kosovo, dat staat op de banner. Niet echt
natuurlijk, zie het als Eurosport Live. Dat is ook niet rechtstreeks,
maar soms gewoon live opgenomen.
Je ziet het, de Nederlandse inspiratie is op, maar straks komt er
genoeg om over te schrijven. Vanuit een internetcafe'tje, als er stroom
is, het beeldscherm het doet, de man achter de desk begrijpt dat ik wil
komen internetten, het toetsenbord eens werkt, de airco daar aan staat,
hoe dan ook: de komende weken verhalen uit Kosovo, helemaal live!"
[copyright by Stefan]
Ps. Niet alleen ik, maar ook de oh zo leuke stefan is he-le-maal alive.
|
|
|
 |
 Een stille traan
Bizar
|
03 Juli 2007 | 01:16:49
 |
Stap 1
http://www.abort73.com/HTML/I-case.html
Stap 2
Elke
dag worden er zo een 126.000 abortussen gepleegd in de wereld. Wanneer
je deze log in twee minuten hebt uitgelezen, zijn we er al weer 166
verder.
Ik
wil niet eens uitrekenen hoeveel abortussen er in de laatste 25 jaar
gepleegd zijn. Ik wil niet weten hoeveel mensen nooit de kans hebben
gekregen op echt leven, op zelf keuzes maken. Gras te voelen onder je
blote voeten. De zon zien zakken aan de horizon, gesprekken voeren,
talenten ontwikkelen. Gewoon leven. Hoe moeilijk dat soms ook kan zijn.
Ze
hebben nooit een stem gekregen. Niet eens een naam.
Zelfbeschikkingsrecht? Daar heeft het niets mee te maken. Of ja, alles
eigenlijk. Namelijk het gebrek daaraan. Wat in je groeit is een nieuw
leven. Een ander leven. Dat ben je niet zelf.
We
geloven dat wanneer een hart stopt met kloppen, een persoon dood is.
Dit zou betekenen dat wanneer een hart klopt, de persoon in kwestie in
leven is.
Op de 18e
dag begint het hartje van een foetus te kloppen en kan hij pijn
ervaren. Er zijn mensen die dat niet geloven. Misschien omdat ze dat
niet willen. Steek een pin door iemands hand en hij zal hem wegtrekken
en zijn mond openen als reactie daarop. Doe hetzelfde bij een foetus en
je krijgt eenzelfde reactie.
Toch
schijnt abortus plegen heel normaal te zijn. Het is immers wettig, dus
wat is het probleem? Je kunt het vrouwen niet kwalijk nemen.
Het
hoeft niet illegaal. Geen geld? Geen nood. De regering betaalt voor je
en de abortusklinieken maken openlijk winst op ongeboren levens. Dit
spreekt een boodschap uit.
Baas
in eigen buik. We kunnen het nog zo mooi verwoorden, de psychische
gevolgen liegen er toch echt niet om. Meer en meer onderzoek wordt
er naar gedaan en ik zal eerlijk zijn: de cijfers die daar uitkomen
verschillen sterk.
Het meest 'positieve' onderzoek geeft weer dat een kwart van de vrouwen
die een abortus hebben ondergaan lijden aan psychische problemen als
chronische angst, depressiviteit, verdriet, spijt en boosheid. Dan
hebben we het alleen over het deel die dit erkent.
Wie
troost deze vrouwen? Gezien wij abortus vrij normaal vinden. Hoe kunnen
we de waarde van ons leven ontdekken, als het leven zelf niet meer als
waardevol wordt beschouwd?
Ik
denk dat een groot deel van de maatschappij er niet eens over nadenkt
wat hier recht onder onze ogen gebeurd. In mooie gebouwen, door echte
dokters met witte handschoenen.
In mijn hoofd schieten gezichten voorbij. Hoeveel zullen het er zijn?
Wij hebben de beslissing al voor ze genomen, van ons krijgen ze geen stem.
En ik schaam me kapot.
|
|
|
 |
 Mijn man (deel twee)
|
27 Juni 2007 | 00:15:21
 |
Dwing de liefde niet.
Wek haar niet,
Voor zij zelf wil.
Je haalt het beste in mij naar boven. Naast jou ben ik een beter
persoon. Je ziet me zoals ik hoop te zijn, wanneer één blik voldoende
is. Mijn omhulsels verhullen niets voor jou. Het slot van mijn boek
haal je er zwijgend af. Voorzichtig sla je de kaft om en rustig lees je
al mijn bladzijdes. Regel voor regel. Woord voor woord.
Als een warme zomerdag zweef je in mijn gedachtes.
Je kijkt verder. Verder dan de maatschappij. Verder dan de dingen zoals
ze horen te zijn. Genieten is jouw levenslust. Van grote dingen, van
oppervlakkige dingen, maar meer nog van onverwachtse dingen. Lopen in
de regen en het je niks kunnen schelen. Een lach van je overbuurman in
de trein wanneer je in de put zit. De geur van de lente en alles wat
groen is. Een glimlach tekent zich over je gezicht.
Oh zeker, lachen doe je hard en veel. Om mij. Om jou. Om het leven. Omdat je alles eruit haalt wat erin zit.
Je kent mijn sterke wil, maar vergeet je eigen niet. Wanneer ik te dominant word, fiets jij gewoon een stukje harder.
Je laat me mezelf zijn. Vaak te druk. Vaak te stil. Debiel. Wisselvallig. Chaotisch.
Regen, zon, storm en mist. Wind mee en wind tegen.
Naast me loop je duizenden kilometers. En ik loop duizenden kilometers naast jou. Soms op de achtergrond, maar altijd aanwezig.
Je laat me mijn bergen beklimmen en vangt me op, wanneer ik dreig te vallen.
Woorden hebben we ook zonder woorden. Aanwezigheid is voldoende. Je geniet van de muziek die zich in de stilte afspeelt.
Mijn
levensovertuiging is de jouwe. En mijn God is de jouwe. Niet omdat ik
vind dat dat zo hoort te zijn, maar omdat ik niet anders kan. Hoe kan
je met mij lopen, als je niet begrijpt wie ik ben. Als je niet kan
voelen wat ik voel en de liederen die zich in mijn hoofd afspelen niet
kunt verstaan.
Zeker. Je verandert mijn wereld en verrijkt mijn blik.
Perfect ben je absoluut niet. Maar voor mij wel.
Ja. dat ben jij. En voor minder doe ik het niet.
|
|
|
|
|
|